lente

Viola tricolore

gierzwaluwen duwen
een spreeuwenbaby
over de rand

de moederspreeuw
schreeuwt

tevergeefs

stil sta ik
tussen steenharde
tegels

katten sluipen
een muis rent
voorbij

mensenvoeten
passeren mij
rakelings

ik zwijg in drie kleuren
meebewegend
in de wind

Geel

160403 paardenbloem

solitair
geel tussen
bruin en groen
gulle gastbloem voor zwevende
vliegers

stralend
jouw schoonheid
mag gezien worden
jouw zoete nectar is
onweerstaanbaar

misschien
ben je
een beetje eenzaam
maar vast niet vaak
alleen

Hemelvaartsdag

Hemelvaartsdag

Even hoef ik helemaal niks. De blaadjes van de bomen ritselen in de lichte wind. Gierzwaluwen gieren door de lucht. In de opening van hun nestkast onder de dakgoot wordt een lichte keelvlek zichtbaar. Ten minste één van de bewoners is thuis.

De sering bloeit lila en geurt. Kamperfoelie en lelietjes-van-dalen mengen zich in het geurenpalet. Een exquise parfum. Grote grijze wolkenformaties hebben plaats gemaakt voor pluizige witte flarden. Een vliegtuig trekt er een lange streep doorheen.

Mijn huid koestert zich in de zachte zonnestralen. Voor mij ligt Stil, de reis naar binnen, een glossy over onthaasten. Ik lees, luister, kijk, ruik en voel de stilte van vandaag.

De wereld om mij heen raast door, met oorlogen, natuurgeweld, honger, lijden en dood. In mijn hart is het stil.

Even lijkt de hemel dichtbij.

‘Ik ontdekte dat ik minder
en minder te zeggen had,
tot ik uiteindelijk stil werd
en begon te luisteren.
En in die stilte hoorde
ik de stem van God.’

                            Sören Kierkegaard

Lectuur:

Stil, de reis naar binnen – wie stilte zoekt vindt wat is verloren (Switch to Silence)

Koester je hart – 40 stiltetips voor je leven (Mirjam van der Vegt, Boekencentrum)

Een oranje dag

Weblog

Het bos is groen en bruin en zonnig. Het enige oranje dat ik zie is de kop van een paaltje. Maar dat komt door mijn zonnebril, bij nader inzien blijkt hij geel te zijn. En natuurlijk de zonnestralen, ook een beetje oranje. Thuis gekomen geniet ik van mijn sinaasappel. En van de jonge prinsessen die toch nog gekomen zijn. Het koninklijk gezelschap wandelt door Amstelveen, omringd door koninklijk oranje.

De kleur oranje wordt, net als geel en rood, geassocieerd met vuur en zon en warmte. Oranje straalt. Het is het geel van de zon gevangen in het rood van de aarde. De kleur van gezondheid, wortelen, pompoen, mandarijnen. Van de avondhemel als de laatste zonnestralen achter de horizon verdwijnen. De kleur van verlangen. De complementaire kleur is (zacht-)blauw, in verschillende tinten.

Vandaag zijn beide kleuren ruim aanwezig. Ik trek mijn oranje shirtje aan en ga genieten van het mooie weer, muziek en wie weet een oranje tompouce. Een koninklijke dag!

Blauwe druifjes

In de lente mist ze hem het meest. Zoals vandaag, een vroege warme lentedag waarop de merel zingt. Wat hield hij van dat geluid. Het maakt haar aan het huilen. Het vogelgezang heeft een donker randje gekregen. Net als de kleuren, alsof er een grijs waas over heen ligt. Het bloeien van de voorjaarsbloemen doet pijn aan haar ogen. En vooral in haar hart, alsof het schrijnt.

Op een dag als vandaag zou hij aan de tuin begonnen zijn. En ze zouden, rustig aan, een wandeling hebben gemaakt door de buurt. “Kijk, de sneeuwklokjes zijn al uitgebloeid. Overal blauwe druifjes. En zie je dat, de magnolia begint al te bloeien, dat is gevaarlijk. Als het toch nog gaat vriezen….” Kwetsbaar, zo’n struik. Zoals hij kwetsbaar was.

Niet dat alle herinneringen mooi zijn. Hij had zo zijn eigen manieren om een stempel op dingen te drukken en dat was niet altijd makkelijk. Maar nu mist ze zelfs dat.

Erover schrijven wil ze niet. Nog niet. Liever gewoon praten. Over hoe hij was, wat hij voor haar betekende, hoe alles veranderd is nu hij niet meer leeft. En huilen, eindeloos huilen. ‘Vind je dat niet raar?’, vraagt ze. Nee, huilen hoort erbij, bij het voelen van de pijn die ze niet langer wil wegstoppen.

“Het gekke is”, zegt ze, “dat ook ander – oud – verdriet opnieuw de kop opsteekt. Er is zoveel gebeurd in mijn leven.” Altijd is ze flink geweest, is ze doorgegaan. Het was een manier van overleven die haar lang heeft geholpen. Nu niet meer.

We beginnen met al die verdrietige herinneringen een plek te geven in een denkbeeldige kast, de persoonlijke archiefkast. Ieder verlies krijgt een eigen laadje. En dat gaan we doorwerken, één voor één. Vandaag heeft het al geholpen te kunnen praten. Het neemt het gemis niet weg, maar het geeft een beetje lucht.