kerst

Engelkens

engelkens

Ik hou niet van de kerstmaand. Ze is me te donker, te koud, te verwachtingsvol. Het liefst zou ik me als een berin verschuilen in mijn winterhol. Maar net als ieder jaar is december weer aangebroken en ik ben erbij. Tijd om het huis te versieren, in afwachting van de Geboorte.

In mijn ouderlijk huis werd kerstverlichting beschouwd als wereldse nutteloosheid, gekoppeld aan een heidens verleden. Het licht behoorde van binnenuit te komen. Onze kerst was sober en ingetogen, met een diep besef van zondigheid. Tenslotte werd het kerstkind niet alleen geboren maar ook – jaren later – gekruisigd. Zodat wij het eeuwige leven konden beërven. Ellende, verlossing en dankbaarheid, verwoord in de Heidelbergse Catechismus.

Toch hield ik van de kersttijd. We oefenden teksten en liederen voor het kerstfeest van de zondagsschool. Op eerste kerstdag mochten we onze mooiste jurk aan. Na kerktijd was er lekker eten en we waren allemaal blij dat het kindje en zijn ouders voorlopig veilig waren in de warme stal. In afwachting van de wijzen uit het oosten, met hun heerlijke geschenken.

Ik denk aan toen, terwijl ik de kerstverlichting van vorig jaar probeer te ontrafelen. Wat een crime. Ik doe vast iets verkeerd bij het opbergen. Ieder jaar weer weten de snoeren met lampjes zich op te rollen tot een onontwarbare kluwen die mij vele minuten en nog meer geduld kosten. En is het eenmaal gelukt, dan zie ik het gebeuren. De lampjes kruipen geniepig terug door elkaar en het snoer slingert zich opnieuw in vreemde bochten.

Wat betekent kerst voor mij? Ik kom er niet uit. Er is zoveel. Net als de lampjes van het kerstsnoer kronkelen de gedachten door mijn hoofd. Wat blijft haken is de herinnering aan ouders die op hun manier betekenis doorgaven. Betekenis die verder ging dan versiering en uiterlijkheden en die vorm kreeg in een liefdevol bestaan.

Buiten is het donker geworden. Zacht fluistert de engel die achter mij staat. Woorden van vreugde, van compassie. Als ik goed luister kan ik ze verstaan. En opeens zie ik ze: talloze wezens, die het duister verlichten. Dichtbij en ver weg, nauwelijks waarneembaar of helder stralend. Vol liefde voor de medemens, de dieren, de aarde waarop wij leven.

Ze zijn er nog.

Engelkens door het luchtruim zwevend…

Ook dit gaat voorbij

“Ik zal blij zijn als het weer januari is”,  zegt de vrouw tegenover mij. “December vond ik altijd een heerlijke maand, zo gezellig samen.” Haar ogen lijken naar binnen te kijken. “Nu hij er niet meer is, hoeft het van mij niet meer. Ik heb echt geen zin in een kerstboom of oliebollen. Met oudjaar ga ik gewoon om elf uur naar bed.”

“Al die drukte, ik hou er niet van,” zegt een ander. ”Een hoop gedoe en waarvoor doe je het eigenlijk? Waarom moet het in december allemaal ‘gezellig’ zijn?” Maar later vertelt ze over het lieve Sinterklaasgedicht van haar dochter, waaruit onverwachte waardering sprak. En hoe ze zich voelde aan de versierde kersttafel met haar partner, haar kinderen en kleinkind. “Ze zijn er allemaal nog en ineens voelde ik me zo rijk.”

Het jonge stel viert de jaarwisseling met vrienden. Een groot feest, daar kijken ze naar uit. Vóór die tijd hebben ze nog wat te doen: de babykamer inrichten. Want nog drie maanden, dan verwachten ze hun eerste kindje. Zij weten al of het een jongen of meisje is, maar dat houden ze nog even geheim. “Verrassing!”

Niet iedereen kijkt uit naar de feestdagen. December is een maand die heel verschillende gevoelens oproept. Verdriet om wie of wat er niet meer is. Gemis. Eenzaamheid. Geluk om wat er wel is, om wat nog komt. Of een mengeling van dat alles. Hoe ga je daar mee om?

Er is een verhaal over een koning die een ring wilde hebben met magische kracht, voor goede èn voor slechte tijden. Zijn raadsheren wisten met dit verzoek niet goed raad. Gelukkig was er een oude trouwe bediende die ooit een wijze boodschap had gekregen van een mysticus. Hij fluisterde de raadsheren een paar woorden in die werden gegraveerd in de ring. De koning mocht er pas naar kijken als dat écht nodig was.

Op een dag was de koning ten einde raad. Hij was op de vlucht voor de vijand die hem wilde ombrengen. Maar zijn pad liep dood op een steile rots bij een diepe afgrond. Terug kon hij niet en de ondergang leek onontkoombaar. Hij besloot dat dit een goed moment was om de ring te raadplegen. De inscriptie luidde: ‘Ook dit gaat voorbij.’ Deze boodschap bracht een diepe rust bij hem teweeg. De vijand vond hem niet, de koning overwon en vierde feest. Hij was bijzonder ingenomen met zichzelf.

Op dat moment kwam de wijze bediende naar hem toe en vroeg hem de tekst in de ring nogmaals te lezen. “Hoezo,” zei de koning, “het gaat nu toch goed?” “Zeker”, antwoordde de dienaar, “maar de boodschap is ook bedoeld voor plezierige tijden.” Opnieuw las de koning: ‘Ook dit gaat voorbij.’ En hij realiseerde zich dat ook fijne momenten niet eeuwig duren en dat juist de eindigheid van alles betekenis geeft aan het leven. Het gaf hem rust en hij besloot nu alleen nog te genieten van het moment.

Hoe je je ook voelt in deze ‘donkere dagen voor Kerst’, één ding is zeker: ‘Ook dit gaat voorbij.’

ook dit gaat voorbij