gemis

Fluistert het blad

in het bos
fluistert het blad
van dood en paddestoelen
in het bos
laat ik mijn tranen stromen
liefde heeft een achterkant
fluistert het blad
in het bos

Een zonnige dag

Rennend kind

Ze is vier en loopt met mamma en haar kleine zusje op de stoep. De lucht is blauw, de zon schijnt. Haar moeder draagt zondagse kleren. Zij ook. Haar zusje zit in een wandelwagentje, zíj houdt haar moeders hand vast. Ze gaan pappa tegemoet. Hij is naar de kerk geweest.

Het is een heel eind lopen voor haar korte benen, maar ze is blij dat ze zo weer bij pappa zal zijn. In de verte ziet ze hem al aankomen. Vóór haar moeder er erg in heeft, rukt ze zich los en rent de weg op. Ze hoort geen auto’s, ziet geen fietsers, alleen haar pappa aan de overkant.

De fietser komt van rechts. Hij kan haar niet ontwijken, ze knalt er boven op. Ze hoort haar moeder schreeuwen. Ze ligt op de grond. De straat ruikt naar stof en steen, en haar knie naar bloed. Een weeïge geur. Haar knie doet pijn. Ze huilt, heel hard.

Haar vader is er meteen en haar moeder komt met haar zusje aangehold. Pappa houdt haar vast en zegt troostende woorden. En ook dat ze moet uitkijken voor ze de weg oversteekt. En dat ze zich niet zomaar mag losrukken. Maar iedereen is blij dat het goed is afgelopen en ze zijn niet boos.

Er komt een korstje op haar knie. Als dat gaat genezen, jeukt het en ze krabt het kapot. Haar nagels smaken naar bloed. Maar op een dag is alles weer heel en zie je alleen nog een litteken.

De tijd gaat snel voorbij. Haar vader is al jaren aan de Overkant. Ooit hoopt ze hem weer te zien, in de verte. Het zal een zonnige dag zijn. En ze zal rennen…

Een rimpeling in de tijd

Vandaag is het zes jaar geleden dat mijn vader overleed. Hij werd 84 jaar. Als we over zijn leeftijd praatten kon hij niet bevatten dat hij zo oud was. “In mijn hoofd ben ik nog een jonge vent.” Zijn leven was zo snel gegaan en toch was er in die meer dan tachtig jaren heel veel gebeurd. Geluk en verdriet wisselden elkaar af. Een van de dingen die mijn vader naliet was zijn zelf geschreven levensverhaal, waarin hij de balans opmaakte. Die was positief.

IMG_4806

Vandaag is een dag van herinneren. Ik kijk stil uit over het water dat zo prachtig de natuur eromheen weerspiegelt. Toch is het niet helemaal glad. Het rimpelt een beetje. De lucht is vol leven: gezang van leeuweriken en winterkoninkjes, geroffel en gelach van spechten, geruis van de wind in de bomen. In de verte autogebrom. Tussen de geluiden door hoor ik de stilte.

Ik denk aan de mooie mens die mijn vader was. Aan de sneeuwklokjes die hij als bolletjes plantte in mijn tuin en die mij ieder voorjaar aan hem doen denken. Aan zijn brieven die ik heb bewaard. En aan zoveel meer.

Er komen Bijbelteksten in mijn hoofd. Mijn vader voedde zijn kinderen ermee op.

De mens – zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt; de plek waar hij stond, kent hem niet meer. (uit Psalm 103)

Wat is leven? Is het een windvlaag over het water van de tijd? Een rimpeling die zich voortzet in het hart van dierbaren die zich jou herinneren en je missen?

Een voorganger verwoordde het eens als volgt: “Het leven op aarde is als een huis met openstaande ramen. Als een vogel vlieg je door een raam naar binnen en na korte of langere tijd vlieg je door een ander raam weer verder.” Waar de vogel heen vliegt kan ik alleen vermoeden, maar ik vind het een mooie gedachte.

Ook dit gaat voorbij

“Ik zal blij zijn als het weer januari is”,  zegt de vrouw tegenover mij. “December vond ik altijd een heerlijke maand, zo gezellig samen.” Haar ogen lijken naar binnen te kijken. “Nu hij er niet meer is, hoeft het van mij niet meer. Ik heb echt geen zin in een kerstboom of oliebollen. Met oudjaar ga ik gewoon om elf uur naar bed.”

“Al die drukte, ik hou er niet van,” zegt een ander. ”Een hoop gedoe en waarvoor doe je het eigenlijk? Waarom moet het in december allemaal ‘gezellig’ zijn?” Maar later vertelt ze over het lieve Sinterklaasgedicht van haar dochter, waaruit onverwachte waardering sprak. En hoe ze zich voelde aan de versierde kersttafel met haar partner, haar kinderen en kleinkind. “Ze zijn er allemaal nog en ineens voelde ik me zo rijk.”

Het jonge stel viert de jaarwisseling met vrienden. Een groot feest, daar kijken ze naar uit. Vóór die tijd hebben ze nog wat te doen: de babykamer inrichten. Want nog drie maanden, dan verwachten ze hun eerste kindje. Zij weten al of het een jongen of meisje is, maar dat houden ze nog even geheim. “Verrassing!”

Niet iedereen kijkt uit naar de feestdagen. December is een maand die heel verschillende gevoelens oproept. Verdriet om wie of wat er niet meer is. Gemis. Eenzaamheid. Geluk om wat er wel is, om wat nog komt. Of een mengeling van dat alles. Hoe ga je daar mee om?

Er is een verhaal over een koning die een ring wilde hebben met magische kracht, voor goede èn voor slechte tijden. Zijn raadsheren wisten met dit verzoek niet goed raad. Gelukkig was er een oude trouwe bediende die ooit een wijze boodschap had gekregen van een mysticus. Hij fluisterde de raadsheren een paar woorden in die werden gegraveerd in de ring. De koning mocht er pas naar kijken als dat écht nodig was.

Op een dag was de koning ten einde raad. Hij was op de vlucht voor de vijand die hem wilde ombrengen. Maar zijn pad liep dood op een steile rots bij een diepe afgrond. Terug kon hij niet en de ondergang leek onontkoombaar. Hij besloot dat dit een goed moment was om de ring te raadplegen. De inscriptie luidde: ‘Ook dit gaat voorbij.’ Deze boodschap bracht een diepe rust bij hem teweeg. De vijand vond hem niet, de koning overwon en vierde feest. Hij was bijzonder ingenomen met zichzelf.

Op dat moment kwam de wijze bediende naar hem toe en vroeg hem de tekst in de ring nogmaals te lezen. “Hoezo,” zei de koning, “het gaat nu toch goed?” “Zeker”, antwoordde de dienaar, “maar de boodschap is ook bedoeld voor plezierige tijden.” Opnieuw las de koning: ‘Ook dit gaat voorbij.’ En hij realiseerde zich dat ook fijne momenten niet eeuwig duren en dat juist de eindigheid van alles betekenis geeft aan het leven. Het gaf hem rust en hij besloot nu alleen nog te genieten van het moment.

Hoe je je ook voelt in deze ‘donkere dagen voor Kerst’, één ding is zeker: ‘Ook dit gaat voorbij.’

ook dit gaat voorbij

Blauwe druifjes

In de lente mist ze hem het meest. Zoals vandaag, een vroege warme lentedag waarop de merel zingt. Wat hield hij van dat geluid. Het maakt haar aan het huilen. Het vogelgezang heeft een donker randje gekregen. Net als de kleuren, alsof er een grijs waas over heen ligt. Het bloeien van de voorjaarsbloemen doet pijn aan haar ogen. En vooral in haar hart, alsof het schrijnt.

Op een dag als vandaag zou hij aan de tuin begonnen zijn. En ze zouden, rustig aan, een wandeling hebben gemaakt door de buurt. “Kijk, de sneeuwklokjes zijn al uitgebloeid. Overal blauwe druifjes. En zie je dat, de magnolia begint al te bloeien, dat is gevaarlijk. Als het toch nog gaat vriezen….” Kwetsbaar, zo’n struik. Zoals hij kwetsbaar was.

Niet dat alle herinneringen mooi zijn. Hij had zo zijn eigen manieren om een stempel op dingen te drukken en dat was niet altijd makkelijk. Maar nu mist ze zelfs dat.

Erover schrijven wil ze niet. Nog niet. Liever gewoon praten. Over hoe hij was, wat hij voor haar betekende, hoe alles veranderd is nu hij niet meer leeft. En huilen, eindeloos huilen. ‘Vind je dat niet raar?’, vraagt ze. Nee, huilen hoort erbij, bij het voelen van de pijn die ze niet langer wil wegstoppen.

“Het gekke is”, zegt ze, “dat ook ander – oud – verdriet opnieuw de kop opsteekt. Er is zoveel gebeurd in mijn leven.” Altijd is ze flink geweest, is ze doorgegaan. Het was een manier van overleven die haar lang heeft geholpen. Nu niet meer.

We beginnen met al die verdrietige herinneringen een plek te geven in een denkbeeldige kast, de persoonlijke archiefkast. Ieder verlies krijgt een eigen laadje. En dat gaan we doorwerken, één voor één. Vandaag heeft het al geholpen te kunnen praten. Het neemt het gemis niet weg, maar het geeft een beetje lucht.