Een hangsnor, een krulsnor en een hart

Een ‘artist’s block’? Daar heeft hij geen last van. Hij is tien en een echte doener, een jongetje dat van alles uitprobeert. Hoe hou je zo’n kind bezig, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds half tien? Bos, dagje uit, spelletje, we hebben al van alles gedaan.

Met nog een lege middag in het verschiet krijg ik ineens een idee. Maanden geleden heb ik een doos met acrylverf aangeschaft, een paar schilderdoeken en een palet. Zelf heb ik al een jaar geen kwast aangeraakt. Maar vandaag leggen we een beschermend kleed op tafel en gaan aan de slag.

Nu ben ik zo’n twijfelaar die zich geregeld afvraagt: ‘Kan ik dat wel? Hij begint gewoon. Schildert een hangsnor, een krulsnor en een hart. Een vaas en nog wat vage figuren. Rood, oranje, geel en goud, de kleuren spatten van zijn doek. Hij ontdekt het plezier van verf mengen. Gaat helemaal op in wat hij doet. Hij vult de vlakken op met zwart en grijs en ik zie hem tot bloei komen.

Daardoor voel ik me vrij om zelf ook te bloeien. Hij heeft me over de drempel geholpen. Ik schilder een meertje met een veelkleurige avondlucht. Zo hebben we samen een geweldige middag.

Als zijn ouders hem komen halen, krijgt zijn moeder zijn kunstwerk. Ze wordt helemaal blij.

Achter de volgende bocht

Achter de volgende bocht

Elke nieuwe levensfase begint met een eerste stap op een onbekend pad. Zoals in de vakantie, wanneer nieuwe routes je verrassen en je nieuwsgierig bent naar wat er te zien is achter de volgende bocht. Valt het mee of valt het tegen?

Ouder worden is voor mij zo’n nieuwe fase. Wat kan ik verwachten, hoe zal het gaan? Tot nu toe leek mijn levenspad in grote lijnen uitgestippeld: leren, werken, huis vinden, een relatie, kinderen, altijd bezig zijn. Dan – opeens – breekt de tijd aan dat de kinderen volwassen zijn, het werk verleden tijd is en dat er, naar je hoopt, nog een aantal gezonde jaren voor je liggen.

In mijn hart heb ik het meest met wat bekend is. Ik voel me verwant aan Hestia, de Griekse godin van de haard. Zoals deze onopvallende Olympiër hou ik van rustig thuis zijn, stilte, een warme sfeer en me verdiepen in alles wat het leven zinvol maakt. Het is vertrouwd en geeft een veilig gevoel.

Ooit was dat nu bekende ook nieuw. Ik herinner mij de spanning van mijn eerste schooldag, mijn eerste werkdag, mijn eerste nacht als kamerbewoner. De ontroering toen mijn kind voor het eerst in mijn armen werd gelegd. Langzaamaan of soms heel snel werd het onbekende vertrouwd. Maar er kwam altijd weer wat nieuws, wat anders.

De Ierse dichter, priester en filosoof John O’Donohue schreef:

Hoe graag zou ik niet leven
zoals een rivier stroomt,
gedragen door de verrassing
van zijn eigen ontvouwen.

Bij het ouder worden hou ik graag vast aan de gedachte dat er steeds nieuwe dingen zijn om te doen en te leren. Het blijft verrassend, als een meanderende rivier.

Geel

160403 paardenbloem

solitair
geel tussen
bruin en groen
gulle gastbloem voor zwevende
vliegers

stralend
jouw schoonheid
mag gezien worden
jouw zoete nectar is
onweerstaanbaar

misschien
ben je
een beetje eenzaam
maar vast niet vaak
alleen

Laat in de middag

laat in de middag

ik wandel met mezelf
stuurloos als een wolk
verwaaid door de wind
gedachten drijven doelloos
gevoelens vervagen

ik adem in en uit
kwetsbaar als
een bloem die bloeit
zolang de zon
haar verwarmt

ik zoek een pad
dat begaanbaar is
nu schaduwen
langer worden
en de avond valt

 

Bommelerwaard

Maas bij Poederoijen

Het land ontrolt zich achter mijn gesloten ogen,
ik sta weer boven aan de ruwe stenen trap
van onze pastorie, uitkijkend over
de uiterwaarden, sloot en jong gewas.
En – verder weg – de glanzende rivier.
Ik loop de trap af naar de tuinen van mijn vader
op kinderlaarsjes door het natte gras.

Lichtvoetig stappend door de zware modder,
langs bessenstruiken, bonenstaken,
aardbeiveld en aardappels en sla,
weet ik nog niet van het voorbijgaan van de tijd,
hoe ooit dit landschap mij met weemoed zal vervullen,
als ik bedroefd, ontmoederd en verloren
het pad zal moeten gaan naar de volwassenheid.

Achter de kromme knotwilg ligt een broze plank,
de overbrugging van de smalle sloot
waar in het voorjaar gele eendjes zwemmen.
De uiterwaarden geuren nog naar vocht
alsof ze pas ontwaakt zijn uit de winter.
Mijn laarsjes stappen over gras tot aan het zand
en verder langs de stenen, links, voorbij de bocht.

Daar is de bol waar schippers ‘s vrijdagsavonds
hun boot aanmeren voor twee dagen rust,
om ’s zondags naar de kerk te kunnen stappen,
over de dijk, het psalmboek in de hand.
Ik ga naar Thijs de parlevinker en zijn vrouw
die limonade schenkt en koek serveert.
Dan gaan we roeien naar de overkant.

De grijze man beweegt de riemen heen en weer,
hij rookt en stuurt de boot over het water.
Ik hoor het klotsen, ruik de golven
en sigarettenrook. Zo weggedroomd,
zo veilig met gesloten ogen weet ik
nog niet van heimwee en voorbijgaan
en dat het water altijd verder stroomt.

(Winnend gedicht Gedichtenwedstrijd 2015 Heel Nederland Schrijft)

1 2 3 4 5 8