gedichten

Fluistert het blad

in het bos
fluistert het blad
van dood en paddestoelen
in het bos
laat ik mijn tranen stromen
liefde heeft een achterkant
fluistert het blad
in het bos

Viola tricolore

gierzwaluwen duwen
een spreeuwenbaby
over de rand

de moederspreeuw
schreeuwt

tevergeefs

stil sta ik
tussen steenharde
tegels

katten sluipen
een muis rent
voorbij

mensenvoeten
passeren mij
rakelings

ik zwijg in drie kleuren
meebewegend
in de wind

Kamer

kamer

nog eenmaal sta ik
in die lege ruimte
zonder bureau
zonder foto’s
zonder jou

ik adem zacht

kleiner
lijkt je kamer
dan toen jij
die bezielde
de lucht die jij ademde
is stil blijven staan

de muren zwijgen

in gedachten zie ik
moeizame vingers
boven toetsen
je schrijft
letters vol liefde
één voor één

veelkleurige zegels
schuif je in albums
behoedzaam
albums die je vult
met waarde
voor later

nu is later vroeger
aan alles komt een eind
geen tijd voor emoties
het huis moet leeg
het huis is
uitgeleefd

en jij
je hebt
een kamer
in mijn hart

voorgoed

Oktoberavond

oktoberavond

nevels
sluipen over de velden
kruipen tussen mijn wielen
duwen hun donzige kilte
tegen mijn ruit

koele avond
wint terrein
het daglicht dooft

rijdend door dit schemeruur
waarin doden mij omringen
adem ik een zachte wolk
van droefheid
rond mijn hart

telkens weer afscheid
steeds minder vaak
een nieuw begin

September

zomermaanden
schrijden voort
op lome voeten
ongehaast

in droomzachte dagen
en wakkere nachten
fluistert de wind stil
een lied in mijn haar

uren bewegen
snel als gedachten
lichter dan grijs
sluipt juli voorbij

verdriet en vreugde
heb ik geparkeerd
in de achtertuin
van augustus

nog even heel even
de droomtijd verglijdt
want van dichtbij
wenkt september

en in de verte
wacht onbewogen
de donkere kilte
van winterse weemoed