droefheid

De kamer geurt naar zoete olie. In het schemerdonker branden kaarsen. Ik zit in de lotushouding op mijn matras en luister naar muziek.

‘So long Marianne, it’s time that we began,
to laugh and cry and cry and laugh about it all again.’

Ik woon ver van mijn ouders in een middelgrote stad. Verdien mijn eigen inkomen. Maak nieuwe vrienden met andere gewoonten en andere muziek. Schilder de muren van mijn kamer groen, oranje, bruin. Het wisselt na iedere verhuizing.

Soms ben ik moe van mijn werk. Somber om wat er in de wereld gebeurt. Treurig om een verloren liefde. Dan wil ik de donkere stem van Leonard Cohen horen. Songs van verlangen, weemoed, vol duistere gevoelens die ik nauwelijks begrijp. Muziek die raakt aan de rafelranden van het bestaan en diep van binnen resoneert.

Als de eenzaamheid toeslaat en de dagen steeds donkerder lijken, voel ik me op een wonderlijke wijze getroost door het sonore geluid van Cohen. Het kan altijd erger.

###

Mijn tijd als kamerbewoner lijkt een eeuwigheid geleden. Veel vrienden van toen zijn uit mijn leven verdwenen of dood. Mijn muziekkeuze is veranderd maar soms stuit ik weer op muziek van de oude meester. Met daarin behalve droefheid ook verwijzingen naar spiritualiteit en naar een afscheid dat onvermijdelijk dichterbij komt.

Een dag nadat Amerika een onvoorstelbare presidentskeuze heeft gemaakt, hoor ik ’s morgens op de radio dat Leonard Cohen is overleden. Hoewel ik hem nog zelden beluister, schrik ik ervan. Allerlei herinneringen fladderen door mijn hoofd. De oude melancholie is springlevend.

Hoe is dat, als een jeugdicoon sterft? Het voelt als weemoed, als verlatenheid. Als heimwee naar wat nooit meer komt, in een wereld die er niet vrolijker op wordt.

Zijn laatste album ‘You want it darker’ hoor ik pas na zijn dood en het raakt me.

‘I’m leaving the table, I’m out of the game.’

De zanger is gegaan, de droefheid blijft.