krulhazelaar

ze is gegaan
gedragen door
sterke handen
ging zij
voorgoed voorbij

misschien ving ik
een glimp van haar op
– heel even –
ik zou zweren
dat het zo was

een vage glimlach
een zachte zucht
schijnbaar moeiteloos
zwevend
als een engel

wij moesten gaan
zij is gebleven
in de schemer
van een winter
zonder sneeuw